top of page

Woestijnzolder

Bijgewerkt op: 22 feb 2024


woestijnzolder Harmanna Berger

Er was eens een meisje dat graag fantaseerde. Ze leefde in een oude rijtjeswoning uit 1892. De dubbele bovenwoning bestond uit 4 kamers en een zolder. De 4 kamers waren onderverdeeld in een keuken en woonkamer aan de rechterzijde van de woning en aan de linkerzijde waren er 2 slaapkamers van gelijke grootte. Een slaapkamer voor het ouderpaar en een voor de kinderen. Een eigen kamer had het meisje niet.


Boven het woonhuis was een grote zolder. De enorme ruimte werd onderbroken door houten steunbalken die schuin vanaf het plafond naar de vloer liepen. Hierdoor ontstonden er vele hoeken en nissen die apart van elkaar benut konden worden. In die nissen kon je je verstoppen of je fantasie de vrije loop laten. Voor een van de nissen stond een deur, waarachter een loze ruimte was. De zolder had twee overgelegen dakramen aan de voor- en achterkant. Via het achterste raam kon je het dak beklimmen. Het raam aan de voorzijde was hoog en hierdoor scheen meestal de zon. Maar altijd zag je de lucht en de wolken. Aan de voorzijde kwam het meisje graag.


In het midden van de zolderruimte bevond zich het trapgat. Deze werd afgebakend met een gammel houten hek wat een rechthoek vormde in het midden van de zolder. En voor wie dat wilde, kon er eindeloos rondjes omheen rennen.

De achterzijde werd niet gebruikt door het meisje. Omdat deze aan de noordzijde lag, was het hier kouder en donkerder. Er waren hoeken waar geen licht in scheen en onder de schuine balken was een waslijn gespannen. Het was er aardedonker. Achter de waslijn, daar kwam het meisje nooit.

De zolder rook muf. Het was de geur van vochtig hout en textiel die zich optrok aan de lucht. Wanneer er een raam openstond, kwam er af en toe een weeïge zoetzure geur voorbij.


Aan de linker voorzijde van de zolder was een kamertje met een grijswitte deur met vlekken en smoezelige vloerbedekking dat ooit wit geweest moest zijn. Dit was het wijnkamertje. Niet alleen rook het er penetrant, ook hadden de muren door de vele gistingsprocessen een bijzondere kleur roze gekregen. Het was de enige deur die op slot was. Toch was het er plakkerig. Naast het wijnkamertje stond een zandbak met daarnaast een verkleedkist recht onder het hoge dakraam. Hier lagen een paarse glimmende jurk en gouden hakken. En die trok het meisje graag aan.


Aan de rechter voorzijde stond draagbare platenspeler die 16 tot 78 toeren afspeelde. Zo bracht het meisje de saaiste nummers op danssnelheid. De beweging die ze dan als vanzelf maakte deed haar stralen. Wanneer ze danste voelde zij zich vrij. Vrij om haar voorstellingsvermogen de vrije loop te kunnen laten. Dit deed ze het liefst elke dag. Alleen en zonder publiek stelde zij zich voor hoe het later zou zijn om in de wereld haar licht te laten stralen. Ze keek dan door het dakraam en tuurde naar de hemel. De warmte van de zon voelde ze op haar gezicht terwijl de lovertjes van haar paarse jurk het zonlicht opvingen en de schittering projecteerden in de ruimte. Het werden kleine mozaïekjes op de muren als van een discobal. En bij iedere beweging die zij maakte, veranderde het licht op de oude muren van de muffe grote zolder.


Wanneer het meisje vrij was van school, kwam ze graag alleen op zolder. Ze fantaseerde van een leven als zangeres en danseres, trok de mooiste kleren aan uit de verkleedkist en liep bedachtzaam naar de platenspeler om haar muziek te spelen. Met grote voorzichtigheid bediende zij de arm en zette de naald behoedzaam op de elpee. Want zo had zij het geleerd.


Ze had aandachtig opgelet toen Kate Bush en Diana Ross zich op televisie voortbewogen. En zodra het meisje zich op een podium waande, raakten haar voeten nauwelijks de houten zoldervloer. Bijna geruisloos danste ze terwijl ze haar zolder langzaam zag veranderen in een arena waarbij ze in de schijnwerpers durfde te staan.

Vol overgave, trots en zelfvertrouwen ging ze het contact aan met haar publiek. Het meisje had zoveel te geven en zoveel te bieden. Tijdens het dansen voelde zij een vrijheid, een luchtigheid waarbij iedere beweging die ze maakte voor een nieuw patroon zorgde. Soms golfde het en soms was het een wervelwind. Maar altijd was het patroon ritmisch en uitbundig. En nooit had ze enig idee van de tijd. Het gevoel wat ze ervaarde was euforisch. Ze kreeg er energie van. Tijdens haar presentatie werd ze gezien door haar geveinsde publiek. Ontroerd reikte ze in dankbaarheid haar armen uit en ontving een daverend applaus. Het liefst wilde het meisje dit repertoire voor altijd herhalen.


Op een dag bracht een kleine jongen verandering in het spel van het meisje. Hij vond op de zolder de loze deur voor de nis. Hij had bedacht dat dit een raket was om naar de ruimte te vliegen. Hij vroeg haar om in zijn raket te stappen. De raket was gemakkelijk te bedienen. De fictieve knoppen leken op die van een lift. En zo steeg ze naar boven. De eerste stop was tot aan het dak van het huis. De deur ging open en het meisje stelde zich voor dat de wind zachtjes langs haar gezicht blies. Snel stapten ze weer in de raket en vervolgden hun vlucht.

Het meisje voelde een spanning door de onvoorspelbaarheid. Ze vond het geweldig.

Waar zou de raket haar heen brengen? De onwetendheid werd een verrassing. Ze liet zich meevoeren door het spel van de jongen en voelde vlinders in haar buik. De jongen liet de raket stijgen en zette koers richting de maan.


Op de maan stapten ze uit en liepen door het kraterlandschap van de witte ster die voorheen alleen nog ver boven haar hoofd had geschenen. Maar de jongen had haast en snel stapten ze weer in. De deur viel dicht en ze drukten op de knoppen. Dit keer zouden ze naar Mars gaan, want daar woonden Marsmannetjes. Maar in werkelijkheid was er niets. Het was er veel te heet om te wonen. Het was een grote woestijn. De raketdeur ging opnieuw open en het meisje liep naar de zandbak onder het zolderraam. De zandkorrels glinsterden in het zonlicht en de warmte zorgde ervoor dat de lucht erboven subtiel vervormde. In de golven van de warme lucht was van alles te zien. Ze zag vormen en kleuren terwijl ze met haar vingers kraters maakte in het woestijnlandschap van Mars.


De jongen rende de raket in en het meisje maakte een sprongetje. De deur klapte achter haar dicht en pijlsnel vloog de raket omhoog. De onbekende ruimte in. Het meisje vroeg vol belangstelling waar ze naartoe gingen. De jongen was even stil en zei: “Nu is er niets meer. De laatste stop is naar God.” Daar had het meisje geen voorstelling bij. Ze werd stil. Samen stapten ze uit en deden samen niets meer. Het meisje wilde terug in de raket om nieuwe werelden ontdekken. Ze durfde het niet te zeggen. De jongen was uitgespeeld en ging vrijwel direct naar huis.


Het was laat in de avond. Bovenaan de trap van de woestijnzolder zat ze in haar nachtjapon op het kale hout van de trede. Het was koud en ze rilde. Ze tuurde rechtdoor de duisternis in. Daar, waar ze pas nog zoveel had durven dromen en dansen, was het nu pikzwart. Het enige licht kwam van de maan die achter haar door het dakraam scheen. Ze had al talloze keren naar beneden geroepen in de hoop dat de deur weer van slot zou gaan. Maar ze kreeg geen reactie. Naarmate de nacht vorderde, verloor haar stem aan kracht en haar tranen lieten zoute spoortjes achter op haar gezicht. En ze wachtte.


Naarmate de jaren verstreken werd de zolder steeds vaker gebruikt als opslagplaats. Gespeeld werd er allang niet meer. Met weemoed dacht het meisje terug aan het dansen op haar zelfbedachte podium en het gevoel van vrijheid waarmee ze dat deed. Nog veel vaker had ze haar vingers door het zand laten glijden. En kraters gemaakt in de woestijn wanneer ze ’s avonds niet van de zolder af kon. Wanneer ze riep, maar wanneer er niet werd geantwoord. En haar stem opnieuw in de duisternis verdween.


Tot de dag dat ze vertrok. Ze steeg op in haar raket. Op weg naar de warmte van de zon. Ze vloog de grote ruimte in en dacht niet meer terug aan haar belevenissen op de zolder. Niet wetende dat nooit werkelijk iets uit de herinnering wordt gewist.


En soms, als ze geen antwoord krijgt, voelt ze zich eenzaam.

​Alleen in haar woestijn.


Woestijnzolder Harmanna Berger

Comments


bottom of page